Maand: oktober 2020

De voordelen van een laminaatvloer

Ga je zelf aan de slag met het leggen van een laminaatvloer? Er zijn een aantal belangrijke aandachtspunten om rekening mee te houden. Hieronder vind je de belangrijkste punten om op te letten.

  • De ondervloer: De ondervloer is echt nodig om alle oneffenheden hobbels en bobbels glad te strijken. Het is ook een geluiddemper wat in een appartement onontbeerlijk is. Er zijn verschillende soorten ondervloeren waarvan sommige ook geschikt voor vloerverwarming.

  • Acclimatiseren van de laminaatvloer: De vloer moet 48 uur kunnen acclimatiseren in de kamer waar de vloer uiteindelijk ook gelegd wordt. Ook al ‘werkt’ laminaat in principe nauwelijks de overgang van een opslag naar de kamer bij jou thuis kan dermate groot zijn qua luchtvochtigheid dat er wel degelijk problemen kunnen ontstaan. Leg de planken plat neer tijdens het acclimatiseren.
  • Gereedschap: Laminaat vereist bepaalde handelingen die je niet goed met je gewone gereedschap kunt verrichten. Je zult dus moeten investeren in een aantal gereedschappen die speciaal bedoeld zijn voor het leggen van laminaat: Laminaat snijder laminaat legset aanslagijzer spietjes verstekbak of verstekschaar (bij plakplinten)

Aan de slag

Zorg voor voldoende materiaal zodat een enkel foutje niet meteen een ramp is. Laminaat leggen is goed te doen als je je voldoende hebt voorbereid en goed kijkt naar de voorbeelden en instructievideo’s. Altijd beginnen met leggen bij de langste muur. Leg van links naar rechts.

Als je een plank afsnijdt gebruik je het restant weer in de nieuwe strook behalve als hij de kort is (minder dan 40 cm). Met een hamer tik je de strook tegen de vorige aan. Omdat laminaat weliswaar weinig maar toch altijd een klein beetje kan uitzetten is het belangrijk om rondom 1 cm ruimte vrij te houden. Die dek je af met een plint. Gebruik een spietje als afstandhoudertje. Ook bij obstakels houd je 2 cm ruimte vrij.

Een goede voorbereiding is het halve werk

Bij het leggen van laminaat is een goede voorbereiding onontbeerlijk. Je legt best de ongeopende pakketten met planken een tweetal dagen in de kamer waar je de vloer gaat leggen. Eens je aan de slag gaat zorg je er best voor dat al het nodige materiaal binnen handbereik ligt. Tussen de onderkant van de deuren en de basisvloer moet zeker en vast nog voldoende ruimte zijn. Best is dit minimum 1 cm aangezien de meeste laminaatsoorten een dikte vanaf 8 mm hebben en een ondervloer vaak ook al 2 mm dik is. Het kan dus zijn dat je de deur een beetje moet schaven om ervoor te zorgen dat ze nadien nog open en dicht gaat.

  1. Opletten met vloerverwarming: Wanneer er vloerverwarming ligt dan mag de ondervloer nooit warmer worden dan 28°C en het vochtgehalte mag niet boven de 1,5% liggen. Vraag hierover zeker advies bij je leverancier. Oude plinten die er nog staan dienen verwijderd te worden. Wanneer je ze toch laat staan kun je de vloer afwerken met speciale profielen.

  2. Ondergrond controleren: Ook de ondergrond dient grondig gecontroleerd te worden. In een nieuwbouwwoning moet het vochtgehalte van de chape minder zijn dan 2,5%. Indien de chape te oneffen is zal je hem eerst moeten egaliseren met een egalisatiemiddel of ondervloer. In een renovatie woning mag vloerbedekking zoals vinyl of linoleum blijven liggen maar daarop moet steeds een ondervloer komen. Ook plavuizen of keramische tegels kun je laten liggen. Ze kunnen indien nodig geëgaliseerd worden met een houtvezelplaat alvorens de folie en ondervloer aan te brengen. Tapijt en kurk moeten altijd verwijderd worden. Wanneer de ondergrond een plankenvloer is moet je erover waken dat deze stabiel genoeg is. Losliggende delen spijker je dus best vast.

  3. De plinten: Er zijn verschillende soorten plinten. Kies naar eigen smaak voor breder of smaller. Is er al een plint tegen de muur dan is het niet mooi om daar ook nog eens een latje langs te leggen. Haal dan zo nodig de oude plinten van de muur en schuif het laminaat daar verder plintloos onder (met inachtneming van de 1 cm ruimte tot aan de muur).

Welk installatiemateriaal nodig voor het installeren cv?

Ga je een cv-installatie thuis plaatsen? Of ben je als (semi-)vakman verantwoordelijk voor de installatie bij een kennis of klant? Dan zul je de beschikking moeten hebben over speciaal gereedschap en installatiemateriaal. Denk aan koppelingen, kranen, buizen en thermostaten als belangrijke onderdelen van een cv-installatie. Het aanleggen van een nieuwe radiator, het leggen van leidingen of het aanpassen van een bestaande installatie klinkt misschien ingewikkeld, maar in de praktijk valt dat reuze mee. Met de tips in dit artikel ben jij goed voorbereid en kan er weinig misgaan.

Hoe een cv-installatie werkt

Voor je begint aan het installeren van een cv-installatie, is het goed om nog even door te nemen hoe een cv-installatie precies werkt. Het hart van de cv-installatie is de cv-ketel. Hier wordt water opgewarmd en rondgepomp via de leidingen naar de radiatoren in je huis. Het water koelt af, stroomt terug naar de cv-ketel en wordt hier weer opnieuw verwarmd. De cv-installatie is een gesloten installatie en is niet verbonden met de leidingen waar het drinkwater doorheen stroomt. Voor een cv-installatie zijn de eisen wat betreft waterkwaliteit dan ook minder streng. Zo mag je goedkoper (gegalvaniseerd) staal gebruiken.

Aanleggen van leidingen

Je kunt uit verschillende buizen kiezen om voor je cv-installatie te gebruiken. Traditioneel gezien zijn stalen buizen de favoriet. Er wordt gekozen voor gegalvaniseerd staal, omdat deze behandeld zijn tegen roest. In een systeem met stalen buizen wordt gebruik gemaakt van een zogenaamde knelkoppeling. Voor het buigen van deze stalen buizen kun je gebruikmaken van een buigtang of buigmachine. Hoe frequent je buizen buigt bepaalt welk gereedschap het beste is voor jou. Buigmachines zijn tegenwoordig zeer mobiel en niet beperkt tot gebruik in de werkplaats. Kijk bijvoorbeeld eens naar het assortiment van Mark buigmachines, deze staan bekend om hun hoge kwaliteit.

Een ander soort systeem is met multi-fit buizen. Dit zijn redelijk harde slangen die je eenvoudig met je hand verbuigt. Deze buizen zijn overigens ook geschikt als drinkwaterleidingen. Een alternatief is het press-systeem: hier worden stalen of roodkoperen buizen onder druk vast geperst.

Hoe dik moeten de buizen zijn?

Hoe dik de buis moet zijn hangt af van de radiator waar je de leiding aan wilt koppelen. In de meeste gevallen kun je onderstaande als vuistregels nemen:

Bij buizen naar een enkele radiator:

  • Stalen buizen hebben een diameter van 15 millimeter;
  • Multi-fit buizen hebben een diameter van 16 millimeter.

Bij buizen die meerdere radiatoren verbinden:

  • Stalen buizen hebben een diameter van 22 of zelfs 28 millimeter;

Multi-fit buizen hebben een diameter van 20 millimeter.